multilingual links

Switch to the English version of this blog.

Het laatste nieuws

Het laatste nieuws:
Onze trip in Zuid-Amerika zit er op. We hebben de hete Brazilaanse zomer weer geruild voor de koude, maar zonnige Montrealaise winter. Recent plaatsten we de nog de verhalen van Buenos Aires en Brazilie online.
Volg de links in de balk hierboven om terug te keren naar de verhalen per land. Wil je alle foto's nog eens bekijken klik dan hier.
Posts tonen met het label Bolivie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bolivie. Alle posts tonen

12/01/2010

BOLIVIE

1. Copacabana en Isla del Sol
Vanuit Puno in Peru reisden we naar Copacabana in Bolivie waar we de boot namen naar Isla del Sol. Op dit eiland (waar volgens verschillende mythes de Inca beschaving zijn oorsprong vindt) spendeerden we twee nachten met ons tentje. Zalig relaxen.
Hier vind je onze ervaringen.
De foto's van Isla del sol vind je hier terug.

2. La Paz
We verbleven twee nachten in de feitelijke hoofdstad van Bolivie, La Paz, waar we ons vooral met niet te veel bezighielden. We deden wat aan souvenier-shoppen en spraken af met mensen die we eerder op onze reis al waren tegengekomen.
Hier vind je het verhaal.
De foto's van mijn nieuwe Boliviaanse kapsel vind je hier.

3. Sucre en Potosi
Vanuit La Paz namen we een lange nachtbus naar Sucre. Daar wandelden we even door de grondwettelijke hoofdstad van Bolivie en reisden we 's avonds al verder naar Potosi.
Potosi ligt aan de voet van Cerro rico, de rijke berg. Deze berg zit/zat vol met zilver. Met behulp van slavenarbeid ontgonnen de spanjaarden hier immense hoeveelheden zilver, die niet alleen Spanje, maar heel Europa rijk maakte. In Potosi werden van een groot deel van het zilver munten geslagen. We bezochten een van de nog vele actieve mijnen in Cerro Rico en de oude muntslagerij.
Hier lees je ons verhaal.
De foto's van onze bezoeken in Potosi vind je hier.

4. Tupiza en de Salar de Uyuni
Tupiza is een gezellig stadje in het zuiden van Bolivie. Vanuit Tupiza maakten we een vierdaagse jeeptrip doorheen de provincie Sud-Lipez en over de Salar de Uyuni. Daags nadien waagden we ons nog even aan een ritje per paard in en door de schitterende vallei in de buurt van Tupiza.
Je leest er alles over via deze link.
De schitterende foto's vind je hier.

Tupiza en Salar de Uyuni

Woensdag 24 November 2010
Om 7 's morgens stonden we al aan het busstation voor een bus die uiteindelijk pas om 8u de reis van Potosi naar Tupiza zou aanvatten. We waren maar net vertrokken en maakten voor het eerst kennis met een drugscontrole op de bus. Niet erg grondig, maar wel cool om eens te zien. Het eerste gedeelte van de weg was behoorlijk goed, het tweede gedeelte was heel wat minder. We reden dan door een opgedroogde rivierbedding, waar de weg liep waar er geen struiken of bomen stonden, alle mogelijke paden waren goed. In de loop van de namiddag bereikten we, volledig door elkaar geschud, Tupiza. Het hoofddoel voor die namiddag was het vinden van een organisatie waarmee we een 4-daagse jeep-expeditie doorheen Sud-Lipez (de provincie/streek waarin Tupiza ligt) en naar en door de Salar de Uyuni zouden maken. We spraken met 3 organisaties en besloten met Tupiza-tours in zee te gaan. We vonden nog een leuk hostel/hotel, 'genoten' van een platte, smakeloze pizza en rustten uit zodat we 's anderendaags om 8u30 fris en monter zouden zijn voor ons 4-daags avontuur.

Sud-Lipez en Salar de Uyuni
Donderdag 25 November 2010

Het is toch even spannend om de mensen te ontmoetten met wie je de komende vier dagen een jeep zal delen, maar we hadden het niet beter kunnen treffen, want het klikte meteen tussen ons en Paul en Sanne, een Nederlands koppel van ongeveer onze leeftijd. Ook de chauffeur-gids, Marco, leek ons wel sympathiek. De kokkin, Kristina, was wat stilletjes en verlegen, maar het was nog vroeg. Gerustgesteld stapten we in onze 4x4 op pad naar de eerste bezienswaardigheid. De komende 4 dagen zouden we enorm veel tijd doorbrengen in de Nissan die ons was toegewezen. Nu en dan zouden we even uitstappen bij een natuurlijke of culturele bezienswaardigheid en dan weer doorreizen. De afstanden zijn groot.
Op de eerste dag passeerden we de Quebrada de Palala, naaldvormige zandrotsformaties die verschillende honderden meters boven de omgeving uitsteken. Verder stopten we nog even voor een zicht over de vallei van de maan, waar het zandsteengebergte door weer en wind in een schitterend stilleven is omgevormd. De aard van het gesteente is er bovendien voor verantwoordelijk dat het landschap er na elk regenseizoen weer een beetje anders uitziet. We kwamen langs enkele dorpjes waarbij je alleen maar kon denken: "Wie wil er in godsnaam nu hier komen wonen?" Het landschap was hier prachtig, maar de plaatsjes zijn o zo moeilijk bereikbaar. Enkel met een goede 4x4 (alhoewel we het ook mensen met een VW busje zagen proberen - geen idee of ze het gehaald hebben) kom je hier vooruit en dan nog maar behoorlijk traag. Overal in het landschap zagen we kuddes lama's. De eigenaars van de beestjes (wilde lama's bestaan niet meer, alle lama's zijn gedomesticeerd) wonen zelfs niet in de dorpjes, maar gewoon ergens midden in het onherbergzame landschap in een groepje van een (is dit een groep?) of twee families. De vicunas die we gedurende de 4 dagen vaak tegenkwamen zijn wel wild (en beschermd). Het is een soort lama, maar dan altijd in het lichtbruin en met een minder lange vacht. De wol van deze beestjes zou van de allerhoogste kwaliteit moeten zijn, maar mag niet uitgevoerd worden.
Sommige van de dorpjes hier danken hun bestaan aan de goud of antimoon mijnen die je hier in het gebergte vindt. De verlaten stad (behoorlijk groot) van San Antonio de Lipez dankt dan weer zijn oorsprong aan een immense zilvermijn en zijn ondergang aan de overstroming van die mijn. Naar het einde van de dag reden we nog over een berpgas op 5000m hoogte, je vraagt je af hoe een automotor hier nog kan werken - zuurstof is hier enorm schaars - voor een schitterend zicht op de Morejon Lagune aan de voet van de Uturuncu vulkaan. We zaten dan al in het nationale park van Sud-Lipez. We logeerden in het eerste dorpje binnen de grenzen van het park - Quetena Chico.

Vrijdag 26 November 2010
Terwijl we de dag voordien vooral in de jeep hadden gezeten, kondigde de tweede dag zich afwisselender aan. Na een korte stop in het dorpje Quetena Grande, waar een Boliviaanse organisatie op het dorpsplein net een demonstratie van de mogelijkheden van zonne-energie achter de rug had, kwamen we bij een van die kleine huisjes van lama-boeren. Hier was men net bezig met de jaarlijkse lama-scheerbeurt. We aanschouwden heel het proces met open monden en ik nam zelfs even actief deel aan het gebeuren (met fotobewijs). We maakten onze voeten nat in de waterbronnen van de regio en niet veel later stonden we perplex bij het aanzicht van een enorme kolonie flamingo's die zich te goed deden aan de algen in de laguna Hedionda. We plukte wat kollpa mee - een wit, licht soort gesteente/geklonterd zand dat de basis vormt voor shampoo - aan de laguna Kollpa en bewonderden de schitterende kleur van de Laguna verde. Dit meer is helder appelblauwzeegroen dankzij de grote hoeveelheid arseen in het water die het meer ook enorm giftig maakt (geen flamingo te bespeuren). Na het bezoek aan deze laguna keerden we op onze stappen terug om voor de lunch nog even te relaxen in een warmwaterbad met zicht op de salar de Chalviri (een voorsmaakje op de echter salar, die van Uyuni). Van daaruit namen we een andere route doorheen de desierto de Dali (de Dali-woestijn), genoemd naar Salvador omwille van de schitterende kleurpaletten die het gebergte hier vertoont. Regelmatig kruisten we kuddes vicuna's die blijkbaar toch iets te eten vinden in de schijnbaar levensloze woestijn. Er zouden hier overal kleine plantjes moeten groeien. Ik heb ze niet gezien, maar de vicuna's zagen er gezond uit dus het zal wel waar zijn. Misschien moet ik na het regenseizoen nog eens terugkomen, we zitten nu immers aan het einde van het droge seizoen - alles is dor. We bezochten verder nog een grote groep geisers die een zeer aangename rotte eieren-geur verspreidden en stonden opnieuw te kijken van het grote aantal flamingo's dat hier leeft toen we een korte wandeling langs de laguna colorada maakten. De aanwezigheid van ijzeroxide in het meer kleurt het helderrood. Op een kilometer of zo van het meer logeerden we in Huaylljara. De wind en de hoogte (4200m) maakte dat het er 's nachts behoorlijk koud was, maar daar waren we op voorzien.

Zaterdag 27 November 2010
Dag 3 begon rampzalig. We waren nog maar net weg of plots schoot onze jeep uit de groeven in het woestijnzand die hij anders altijd volgde. "Niets aan de hand," zei onze chauffeur toen de wagen tot stilstand kwam en nadat hij enkele seconden verschrokken voor zich uit had zitten staren. Eens we allemaal uit de auto waren, bleek er wel degelijk wel iets aan de hand. De stuurstang was afgebroken en onze jeep was dus onbestuurbaar geworden en dit alles op volle snelheid, het had erger gekund... Onze chauffeur besloot met de stuurstang in de hand terug te keren naar ons vertrekpunt met de jeep van een andere groep. De twee jeeps, van dezelfde organisatie, hadden al heel de rit samengereden en dat kwam nu goed uit. Wij wilden niet wachten bij de jeep en besloten een uurtje door de schitterende woestijn te wandelen tot aan de volgende bezienswaardigheid: grote rotsformaties in de woestijn, waarvan een van de rotsen iets weg heeft van een Andeaanse boom (je moet verbeelding hebben). In het begin was het leuk, wandelen door dit prachtige landschap, uitblazen in het zonnetje op de rotsen, maar na een uur, twee uur, drie uur wachten werd het toch een beetje saai en begonnen we ons zorgen te maken. Uiteindelijk, bijna 4u na de problemen, kwamen de twee jeeps aangereden. De stuurstang was met behulp van een ijzeren pin en rubberen strips weer aan de wielbasis bevestigd. Zo zouden we op een lichtjes aangepast tempo verdergaan. Dankzij de volharding van beide chauffeurs (en de twee groepen toeristen) slaagden we er toch nog in om het hele parcours voor die dag af te leggen. We stopten nog bij enkele lagunes met nog grotere en minder schuwe flamingo's, reden langs de salar de Chiguan, een voorloper van de salar de Uyuni en een gebied dat oorspronkelijk deel uitmaakte van hetzelfde grote meer. In San Juan twijfelde onze chauffeur even, hij wou daar overnachten omdat het al laat werd en we op de koop toe nog een lekke band hadden. Wij hadden ons al heel de dag verheugd op het zout-hotel waar we zouden gaan slapen en overtuigden hem om nog anderhalf uur door te rijden - het zou ons ook 's anderendaags 's morgens ten goede komen. Een kwartiertje uit San Juan verwijderd viel onze jeep opnieuw stil, nu was de batterij volledig plat. De problemen in de ochtend hadden ook de alternator naar de knoppen geholpen. De twee chauffeurs wisselden batterijen uit en we konden weer verder. Het was allemaal de moeite waard! We sliepen die nacht in een hotel/hostel dat volledig uit zout werd opgebouwd, de bedden, de muren (zelfs de mortel die de stenen op elkaar hield), de decoratie, de tafels, de stoelen, de vloer, alles was zout! We sliepen er heerlijk en ondanks de fabeltjes over zout op de grond dat je meer dorst zou doen krijgen, hadden we deze nacht minder dorst dan gewoonlijk (het beestenfeest kan dus volgend jaar besparen op zout). De hypothese dat slapen/ademen op grotere hoogte een drogere keel nalaat hield wel stand.

Zondag 28 November 2010
Zondagmorgen was het heel vroeg dag. Nog voor zonsopgang zaten we alweer met zijn allen in de jeep. Het doel was om de zon zien op te komen van op de Salar de Uyuni. Missie geslaagd. Na een half uurtje rijden hielden we halt temidden een immense zoutvlakte. In het oosten zagen we daar de hemel mooi oranje-rood oplichten, gevolgd door de verschijning van een dikke heldere oranje bol die uit de grond leek op te stijgen. In de andere richting konden we een schitterend blauwe hemel bewonderen. Ik heb ook nog zelden zo een lange gave schaduw van mezelf gezien. Het was best de moeite en we waren al vlug vergeten dat het eigenlijk nog maar 5h30 was. Aan foto's op dat moment geen gebrek. We vroegen onze gids om ook een paar foto's te maken waarbij we met zijn vieren in de lucht zouden springen. De timing was niet erg goed. Bekijk de foto's, het is best wel grappig.
Na de fotosessie -de eerste van de dag, er zouden er nog volgen - zetten we koers naar Isla del pescado. Een eiland gevuld met eeuwenoude en enorm grote (sommige bijna 1000 jaren oud en 10m hoog) cactussen. Toen de Andes werd gevormd door de botsing van de enkele continentale platen werd de bodem hier omhoog geduwd en werd een grote hoeveelheid zoutwater ingesloten. Dit meer droogde later op en enkel het zout bleef achter, op sommige plaatsen een laag van meer dan honderd meter dik. De term isla, of eiland, is dus terecht. Na ons ontbijt aan de rand van het eiland reden we verder naar een plaats midden op de enorm vlakke zoutvlakte. Daar maakten we enkele typische salar de Uyuni foto's. Omdat het geheel zo vlak is valt het perspectief in de foto's weg zodat je foto's kan maken waarbij het lijkt alsof ik maar een kaboutertje ben in vergelijking met Nele! Voor we de zoutvlakte verlieten kwamen we nog langs de plaats waar het zout op jouw tafel wordt gewonnen uit de vlakte. Lunchen deden we in het dorpje van de zoutmijners en voor we de terugweg naar Tupiza aanvatten, bezochten we nog het trein-kerkhof in Uyuni. Uyuni heeft het oudste treinstation van Bolivie, vandaar de keuze om hier uit gebruik genomen treinen samen te brengen. Er is daar veel te verdienen voor oud-ijzer handelaars.
De terugweg naar Tupiza was lang (5-6u), maar best wel mooi. Het landschap veranderde van woestijn (met onvermijdelijk lama's en vicuna's) naar berglandschap tot groene vallei. De rubberen strip die onze stuurstang moest vasthouden hield gelukkig stand en tegen 7u30 bereikten we veilig en wel ons eindstation.

Maandag 29 November 2010
Op maandag gunden we ons een iets langere nachtrust, die weliswaar serieus werd onderbroken door een probleem met de watertanken van het hotel. 's Namiddags waagden we ons aan een ritje op een paard in de schitterende omgeving van Tupiza. Nele had er eerlijk gezegd niet al te veel in gezien. Ze heeft het niet zo op paarden, maar besloot toch om te proberen haar vrees voor paarden te overwinnen. De gids was echter een beetje een rare kerel en hielp ons niet echt met onze eerste paardenstappen. Gelukkig waren Paul en Sanne ook van de partij. Sanne heeft redelijk wat paardenervaring en kon ons toch iets bijbrengen. Ik genoot er best van. Voor Nele was het drie uur afzien met steeds een hand aan het zadel. Ik denk niet dat ze haar vrees heeft overwonnen, maar het was een verdienstelijke poging. Bekijk de foto's eens. Het is best wel grappig om Nele's gelaatsuidrukkingen te volgen: Voor we vertrekken het shit-daar-moet-ik-op-kruipen-gezicht, tijdens het rijden fuck-ik-vind-dit-maar-niks, halfweg verdorie-we-moeten-nog-terug-ook en na aan het einde van de rit te zijn afgestapt was dat stralende gezichtje terug, een enorm brede glimlach van oef-ik-ben-er-van-af. We speelden nog even een partijtje voetbal Belgie/Nederland - Bolivie (een ploeg van 4 gringo's tegen een ploeg van 15 Boliviaanse jongetjes tussen 6 en 12...het eindigde op een mooie 1-1, iedereen tevrenden!). Om van al dat sporten te bekomen nestelden we ons nog even aan de rand van het zwembad van het hotel en aten we later eindelijk een goede pizza opnieuw samen met Paul en Sanne. Het was een enorm gezellige dag geweest, moe maar tevreden kropen we dan ook ons bedje in.

Sucre en Potosi

Zondag 21 November 2010
Het was een lange busrit geweest naar Sucre (13u) vanuit La Paz en op het eerste zicht had de stad niet erg veel te bieden. Toegegeven, het was zondagmorgen rond 8u30, dat droeg waarschijnlijk ook wel bij tot de levensloze, bijna verlaten indruk die de stad op ons maakte. We lieten onze bagage achter bij een hostel en gingen op zoek naar een cafe of restaurant dat open was voor ontbijt. Na wat ronddwalen in de stad vonden we eindelijk een cafeetje aan het stadsplein dat open was. Tijdens ons ontbijt raadpleegden we opnieuw onze reisgids om te zien wat de stad ons zou kunnen bieden. Al snel bleek dat je vooral naar Sucre - de grondwettelijke hoofdstad van Bolivie trouwens - komt voor de musea, die echter op zondag allemaal gesloten zijn. We pasten daarom ons plan aan en besloten in de loop van de namiddag al door te reizen naar Potosi dat ons - voortgaand op onze reisgids - meer tot de verbeelding sprak. Na ons ontbijt maakten we een wandeling doorheen de stad waardoor we -zoals ons al wel vaker bij stadsbezoeken is overkomen- al snel onze mening moesten herzien. Het historische gedeelte van de stad, met zijn schitterend witte koloniale gebouwen geeft je een heel aangenaam gevoel en is heerlijk om wat in rond te zwerven. Er blijft echter op zondag niet veel te beleven. We wandelden eerst een stukje omhoog naar de Santo Domingo kerk van waaruit je een schitterend zicht hebt over de stad. We bliezen daar even uit op een terrasje en passeerden daarna nog een heleboel historische, veelal religieuze, gebouwen van het stadje, die op zondag jammer genoeg allemaal gesloten waren. Na een (late) lunch rusten we nog wat uit op het stadsplein alvorens de bus naar Potosi te nemen.
Behoorlijk vermoeid, de nacht op de bus was toch niet ideaal geweest, kwamen we rond 20h aan in Potosi. Daar zat er niet veel anders op dan een hostel te zoeken (we vonden er eentje met een ideale matras - eindelijk), iets te eten en te gaan slapen.

Maandag 22 November 2010
We hadden ons voorgenomen om op maandag uit te slapen en nog niet al te veel te ondernemem, aangezien we allebei nogal moe waren na de minder goede nachtrust in La Paz en de vermoeiende reis naar Sucre en Potosi. Tegen 10u zaten we dan ook pas aan de ontbijttafel in ons hostel. Daarna verkenden we de stad een beetje, genoten we van een perfecte driegangenlunch voor 90 eurocent en bezochten we de convento de Santa Teresa. Een van de belangrijkste historische gebouwen en musea in Potosi. Rijke families betaalden aan het begin van de 18de eeuw fortuinen om een van hun dochters hier op haar 16de voor de rest van hun leven op te sluiten in dienst van God. Eens binnen kwamen de dames enkel maar weer buiten als ze dood waren en hadden ze verder totaal geen contact met de buitenwereld... Uit liefde voor je dochter zeker... Met de fortuinen die de familie betaalden om hun dochter hier binnen te krijgen werd er wel een schitterend gebouw neergezet en een immense hoeveelheid aan kunstvoorwerpen en schilderijen vervaardigd. Momenteel leven er nog 12 zusters, zij leven net iets minder strikt afgescheiden als hun voorgangers. 's Avonds aten we een lekkere pannenkoek en boekten we onze mijn-tour voor de volgende dag. Voor we gingen slapen bekeken we nog de film "The Miners Devil" over de mijnen van Potosi, volledig in Potosi gefilmd, een aanrader.

Dinsdag 23 November 2010
Om 9u werden we verwacht aan de kantoren van "silver tours" waar twee gidsen, ex-mijnwerkers, ons stonden op te wachten voor een bezoek aan een van de nog actieve mijnen in de Cerro Rico. Halfweg naar de mijn volgde een verkleedpartij waarna heel onze groep - en vooral Nele vond ik - er uitzag als echte mijnwerkers. Het bezoek aan de mijn was best indrukwekkend. Nog maar net binnen in de mijngang moesten we al even aan de kant omdat er een mijnwagentje, gevuld met 1 ton mineralen en voortgeduwd door twee mijnwerkers, aankwam. De mannen stopten even voor een babbeltje met ons en (vooral waarschijnlijk) om een fles cola in ontvangst te nemen die we als gift mee hadden. We hadden de dag voordien en bij het vertrek van de tour kadootjes ingekocht voor de mijnwerkers zoals dat de gewoonte is voor dit soort tours. Een beetje verder in de mijn stopten we bij twee mijnwerkers die hun karretje met de schup aan het laden waren. De jongens waren respectievelijk 25 en 17 jaar oud... Ik heb aan den lijve ondervonden hoe het voelt om zo een karretje te vullen. Behoorlijk zwaar, niet alleen omdat elke schup als lood weegt (er wordt trouwens lood gemijnd, de uitdrukking is dus toepasselijk), maar ook omdat de mijn op meer dan 4000m boven de zeespiegel ligt. Zuurstof is er dus niet al te veel in de lucht. Ook hier lieten we weer een fles cola achter en we trokken daarna dieper de mijn in. 9 ladders, 3 niveaus en 45m lager ontmoetten we nog enkele mijnwerkers die van nog wat dieper een zak met 200kg erts omhoog aan het hijsen waren. Op de diepte die we hadden bereikt, was het al behoorlijk warm en toeristen dalen gewoonlijk niet verder af. Op het diepste punt dat we bereikt hadden, vertelde Jose, onze gids, nog dat er elk jaar gemiddeld 40 mijnwerkers omkomen in de mijnen van de Cerro Rico. Gedurende de 450 jaar dat deze berg wordt ontgind zouden er een slordige 8 miljoen! mensen zijn omgekomen in deze mijn. Velen onder hen oorspronkelijke bewoners van Zuid-Amerika en Afrikaanse slaven die door de Spanjaarden gedwongen werden in de mijn te werken. Het is deze mijn die Spanje en Europa steenrijk maakte en zowat aan de basis ligt van het kapitalisme, omdat er dankzij het zilver uit de mijnen van Potosi grote investeringen in Europa konden worden gemaakt. Op het hoogtepunt van de mijnbouw, 17de-18de eeuw, was Potosi een stad met meer inwoners dan Londen of Parijs. De trip naar de mijn was een enorm leerrijke culturele ervaring en eindigde met een bezoek aan de "Tio": de duivel van de mijn aan wie de mijnwerkers elke dag een offer (alcohol, coca,...) brengen ter bescherming tegen ongelukken en voor het vinden van een goede zilverader. Nele was opgelucht terug buiten te zijn en vond dat het welletjes was geweest, ik bezocht gedurende een uurtje samen met Paul (een Zimbabwese Londenaar die we tijdens de busrit van Sucre naar Potosi hadden leren kennen) nog de plek waar het lood, zilver, etc. uit het erts wordt gehaald.
In de namiddag bezochten we nog een ander hoogtepunt van een bezoek aan Potosi: het "Casa de la Moned" of de muntslagerij. In dit immense (en immens dure) gebouw vind je nog exemplaren van de oude munten terug, de machinerie waarmee die munten werden geslagen doorheen de eeuwen heen, eerst met de hand, daarna aangedreven door ezels, dan door stoom en nog later door electriciteit. In die tijd maakte men in Bolivie munten die door hun grote percentage aan zilver (97%) overal ter wereld evenveel waard waren en dus ook wereldwijd gebruikt werden. Tegenwoordig worden de munten van Bolivie in Canada en Chili gemaakt en de biljetten in Frankrijk. Times change... We hadden een schitterende dag achter de rug en maakten 's avonds onze rugzakken weer klaar voor de volgende trip. Om 8u 's morgens wachtte de bus naar Tupiza op ons...

11/22/2010

La Paz

Donderdag 18 November 2010
La Paz was onze eerste echte kennismaking met het Boliviaanse leven. Vooral Nele had het bij aankomst, niet geholpen door de vermoeiende reis die we achter de rug hadden, wat moeilijk met de drukte. Het zoeken naar een hostel duurde net iets langer dan we gewoon waren, omdat we nergens een bed vonden met een matras die ons aanstond. Uiteindelijk kozen we voor het hostel met de minst slechte matras waar we welgeteld 60 Bolivianos (ongeveer 6 euro) zouden neertellen per nacht voor ons tweetjes. Ondertussen was het al laat geworden en besloten we na ons avondeten weer vroeg ons bed in te kruipen.

Vrijdag 19 November 2010
De meeste toeristen gebruiken La Paz als uitvalsbasis voor trips naar de "salar de Uyuni", het oerwoud, een fietstocht op de death road (de gevaarlijkste weg ter wereld). Wij besloten er echter een gezapig stadsbezoek van te maken. Daarnaast maakten we wat tijd voor souvenier-shoppen. Na wat door de stad te hebben rondgeslenterd, moesten we onze eerste indruk wat bijschaven. De drukte was niet langer storend, maar begon iets gezelligs te hebben, zeker in de winkelwandelstraat Avenida de Commercio en rond het Plaza Murillo. Ondertussen komen we steeds vaker bekende gezichten tegen op onze trip zoals Pep en Teressa, een Spaans koppel dat we op de boot naar Isla del Sol ontmoetten. Hen liepen we twee keer tegen het lijf in La Paz.
Tegen de avond begaven we ons naar de bar van het Loki Hostel. De hangout van engelstalige backpackers in La Paz. We wisten dat Andrew en Nicola (het koppel uit Nieuw-Zeeland dat we in Cabanaconde leerden kennen) daar verbleven, maar kwamen hen daar die avond niet tegen. De bar was er niet minder gezellig om. We maakten het echter niet te laat, want de staat van onze matras had ons niet echt toegelaten uitgeslapen aan de dag te beginnen.

Zaterdag 20 November 2010
Het had even geduurd vooraleer we in slaap geraakten op onze steenharde matras en dus waren we nog steeds niet honderd procent uitgeslapen. Niet getreurd, er stond voor zaterdag weer nauwelijks iets op het programma. Nele werkte het souvernier-shoppen af terwijl ik me her en der ging bevragen over de mogelijkheden ivm uitstapjes naar de Salar de Uyuni. We zullen deze trip later maken vanuit Uyuni of Tupiza. Mijn zoektocht naar de beste oplossing heeft voorlopig nog geen uitsluitende conclusies opgeleverd. Om toch nog iets nuttigs te doen, wandelde ik nog een Pelqueleria binnen voor een nieuw kapsel ter waarde van 10 Bolivianos, omgerekend ongeveer 1 euro. In de namiddag hadden we met Andrew en Nicola afspraak in hun hostel voor de rugbywedstrijd All blacks - Ierland. We troffen daar ook de drie Nieuw-Zeelanders aan die we eerder op onze trip naar de Peruviaanse Titicacameer-eilanden ontmoetten. Het was erg gezellig in de Loki-bar en we genoten van het aangename gezelschap en de leuke omgeving. Jammer dat we al tegen half zes het pand moesten verlaten om onze bus naar Sucre niet te missen. Die bus zou ons in ongeveer 13u een heel stuk verder naar het zuiden moeten brengen. We zijn op dit moment net opgestapt en staan ergens in een buitenwijk van La Paz wat stil te staan. De zetels van onze bus zijn alleszins al stukken beter dan de matras waarop we de laatste twee nachten op doorbrachten. Ik mag hopen dat we een rustige nacht tegemoet gaan...

11/19/2010

BOLIVIE

1. Copacabana en Isla del Sol
Vanuit Puno in Peru reisden we naar Copacabana in Bolivie waar we de boot nemen naar Isla del Sol. Op dit eiland (waar volgens verschillende mythes de Inca beschaving zijn oorsprong vindt) spendeerden we twee nachten met ons tentje. Zalig relaxen.
Hier vind je onze ervaringen.
De foto's van Isla del sol vind je hier terug.

Copacabana en Isla del Sol

Dinsdag 16 November 2010
Al erg vroeg werden we aan de ingang van ons hostel verwacht voor de bus naar Copacabana. Net zoals in Ecuador, stapten we nu in Peru ook weer uit de bus om Bolivie binnen te wandelen. 9km verderop hield onze bus halt in Copacabana. Daar lieten we een deel van onze bagage achter en namen we een boot naar Isla del Sol. Een tweede boot bracht ons van het zuidelijke gedeelte naar het noordelijke gedeelte van het eiland. Daar konden we gratis en voor niks ons tentje opslaan op een schitterend zandstrand in een baai van het Titicacameer. Onmiddellijk waagden we ons heldhaftig aan het water van het meer dat, eens je diep genoeg in het water zat, best wel meeviel wat de temperatuur betreft. We warmden even terug op op het strand om daarna een stukje verder noordwaarts te wandelen om de pre-inca ruines van het eiland te bezoeken. Daar kwamen we aan bij zonsondergang wat het geheel nog wat spiritueler maakte, zeker als je er even bij stil staat dat volgens heel wat mythes de Inca-beschaving hier begon. Onderweg naar de ruines kwamen we constant ezeltjes, schapen en koeien tegen. De plaatselijke bewoners waren duidelijk bezig hun kudde huiswaarts te leiden.
Voor het avondeten schoven we onze benen onder tafel in een klein restaurant waar er die avond enkel forel op het menu stond. De forel en de Boliviaanse wijn smaakte. We bewonderden nog even de heldere sterrenhemel en kropen dan onze slaapzak in voor een toch wel frisse nacht.

Woensdag 17 November 2010
De volgende morgen besloten we ons te wekken met een plons in het Titicacameer dat nu toch wel heel erg koud was. De duik was dus zeer kort, maar miste zijn effect niet. Nele besloot daarna nog wat van het zonnetje te genieten (10 op 10 voor genieten volgens haar), terwijl ik op zoek ging naar brood. Tevergeefs, het brood komt hier maar om 12u 's middags aan per boot. Dus besloten we te ontbijten in een restaurant waar er nog wat brood van gisteren over was. Daarna zetten we te voet koers naar het zuiden van het eiland via de kustweg die ons naar een ander dorpje bracht. Daar besloten we het kustpad te verlaten en recht omhoog te wandelen tot aan de mooi aangelegde weg die ook al door de pre-inca beschaving die hier woonde werd gebruikt. De beklimming was moeilijk maar loonde de moeite. Vanop het bergpad heb je constant een schitterend zicht op het eiland, het meer en de omgeving van het meer. Tegen 14u bereikten we onze eindbestemming, het restaurant Las velas (dat men met een deel lokale mannen aan het 'renoveren' was-iets wat gepaard ging met de nodige pintjes en zowel veel plezier als gediscussieer) iets buiten het dorpje Yumani. Op de terrassen voor het restaurant zetten we ons tentje op. De lunch was heerlijk, gebakken banaan, heerlijk gekruide, gebakken kip en drie soorten aardappelen, waarvan ik er geen enkele voordien kende. Na het ontbijt wandelden we nog even naar het strand van het meer (200m lager). We keerden op tijd terug om nog van de zonsondergang te kunnen genieten van op de plaats waar ons tentje stond geparkeerd. Na ons avondmaal maakten we nog een kampvuurtje en opnieuw kropen we vroeg in bed. Dit keer werden we begeleid door de stemmen van de lokale bevolking die het (onafgewerkte) restaurant blijkbaar als vaste ontmoetingsplaats heeft.

Donderdag 18 November 2010
Na een opnieuw frisse nacht (we waren nu wel beter voorbereid) werden we rond 7u30 wakker door de snel stijgende temperatuur in ons tentje. De zon was duidelijk weer van de partij op Isla del Sol. We verorberde ons laatste fruit als ontbijt, braken ons tentje af en wandelden naar de haven. Daar waren we nogal verrast door het grote aantal toeristen dat op een boot naar Copacabana zat te wachten. Op 1km van het centrum van het dorpje Yumani hadden we niet gemerkt dat het dorpje die nacht vol met toeristen had gezeten. Gelukkig was er ook voor ons nog een plaatsje op de boot terug naar Copacabana waar we tegen 13u00 op de bus naar La Paz stapten. De eerste etappe in Bolivie was een feit.